Fred Vahlkamp
Barcelona

Vanochtend wakker geworden in Barcelona, de stad waar ik mij zo thuis voel. Spanje mag dan economisch in moeilijkheden verkeren, ze hebben wel lekker fruit. Dat klinkt misschien wat gek maar het is toch een overdenking waard. Hoe komt het dat hier op de markt het fruit, heerlijk rijp, prachtig op stapeltjes ligt zonder pakpapier of folie met een sticker “eetrijp”. Mijn ervaring is dat je met een eetrijpe mango van de Albert Heijn nog steeds eenvoudig de oorlog kunt winnen. De factor arbeid is bij ons zo duur dat wij ons geen stapeltjes kunnen veroorloven en dat rijping en smaak ondergeschikt zijn geworden aan efficiëntie van productie en transport. We mogen in ons land zelf een prijssticker op een mango plakken en met de handscanner aan je virtuele boodschappenlijst toevoegen om die vervolgens zonder de kassa te passeren zelf af te rekenen. Tegen vooruitgang? Helemaal niet, maar een stukje mango aangeboden krijgen om te proeven is wel heel sfeervol. Vervolgens zoekt de mevrouw geduldig de beste uit haar stapel en ga ik blij naar huis. Met mijn mango win ik de oorlog niet maar in mijn gevoel leef ik wel een dagje langer.

Miel et Meaux

Het kost moeite om de brie de meaux en de lokale honing gevangen te houden tussen de onder en bovenkant van een baquette. Deze laatste gekocht bij een heel aardige mevrouw la boulangier in Bagnols sur Ceze, een dorp in het warme zuiden van Frankrijk. Nadat ik over de toonbank hellend mijn brood had aangewezen onder begeleiding van een wat onbeholpen “la la” geluid, hoorde ik na het wikkelen van een te klein papiertje duidelijk het woord quattre. Dat is iets met vier wist ik uit een ver verleden en prompt leg ik twee munten van twee euro op de toonbank. De vrouw, enigszins op leeftijd, niet al te groot en een bijzonder vriendelijk gezicht, kijkt wat paniekerig en fluistert iets binnensmonds. Dan zoekt ze bedachtzaam de prijsjes af die hier en daar wel bij de broden staan. Haar vinger wijst richting een exemplaar van zeventig euro cent en vervolgens kijkt ze mijn kant op, steekt haar wijsvinger de lucht in en terwijl haar andere vinger op het prijsje van zeventig cent blijft wijzen, zegt ze langzaam en belerend “eeeeeeeeeeeeeeee”. Na die lange letter steekt ze twee handen in de lucht, kijkt me indringend aan, en met gespreide vingers voegt ze toe, “dies”. Een brede glimlach maakt haar gezicht innemend en met twinkelende ogen wacht ze af of de drie kwartjes en een stuiver vallen. Haar gezicht brengt mij bij juffrouw Wetering van de tweede klas der lagere school. Die twinkelde alleen niet, die ramde met een stok op tafel zodat de kwartjes omhoog vlogen om vervolgens toch te vallen. Tachtig eurocent, de vrouw had natuurlijk ook een twee eurostuk terug kunnen schuiven en er vervolgens één euro en twintig cent bij kunnen leggen. Dat was gênant geweest en had mij in de categorie domme toerist geplaatst. Nu was ik alleen dat laatste, want gênant werd het geen moment. Nadat ik eerst begrijpend knikkend de twee eurostukken had teruggenomen en vervangen voor één van één, schoof de mevrouw mij, “merci”, twee munten van tien centen toe.

 

Opgetogen ging ik met mijn broodje onder de arm naar buiten. Nog geen uur later snij ik vakkundig, kon mevrouw la boulangier dit maar meemaken, mijn broodje in twee helften. De eerder gekochte brie de meaux kan niet wachten om uit de verpakking te lopen en ik maak dit gietstuk af met lokale honing.  Meaux en miel gaan voor mij volkomen onverwacht de strijd aan in twee categorieën. Wie is het meest vloeibaar en wie smaakt het sterkst. Na een paar happen is mon pantalon tres plakkerig en hoewel ik met grote hoeveelheden witte wijn de strijders probeer te kalmeren, gaat de slag gedurende de aftocht gestaag verder. Gezeten op het terras van mijn vakantiewoning, waar het woord schaduw geen troost biedt, denkt vliegend Frankrijk “zo zo, een broodje Miel et Maeaux” en draait in steeds kleiner wordende kringetjes rond mijn lunchgerecht. Doodgraver, mestkever en strontvlieg knokken om de meaux en roepen beelden op van inmiddels lang geleden overleden kaas hergebruikt na eerdere consumptie. De honing is voor de gevleugelde zoetekauwen en dat maakt het tot een drukte van jewelste. Het laatste stukje van mijn broodje eet ik veilig achter de hor van mijn keuken, in alle rust en tevreden kijkend naar mijn achtergebleven glaasje wijn waarin een dikke vlieg dronken en verdoofd, heel plezierig zijn laatste golfjes maakt.

 

 

 

Frankrijk, zomer 2009

Bagnols sur Ceze

Pietje Benzine

Pietje zit de krant te lezen als Henkie en Marion binnenstappen. Hij kijkt even over de rand van de krant naar het tweetal en leest vervolgens verder. Henkie en Marion staan al met hun neus boven de repen chocolade, trekdrop, schuimblokken en fruitsleutels. Ze hebben allebei een dubbeltje in hun hand en ze weten precies wat je daar wel en niet van kan kopen.

Er gaat een harde bel, Pietje kijkt verstoord over zijn krant, zucht en staat dan langzaam op. De deur valt met een klap dicht als Pietje in z’n blauwe overal naar buiten loopt om een auto van benzine te voorzien. Henkie en Marjon horen hem met de klant praten die net uit zijn auto is gestapt. “Waar heb jij zin in” vraagt Marjon aan Henkie die nog steeds vol aandacht naar het snoepgoed staart. “In een schuimblok en een trekdrop antwoord hij zachtjes”. “dat kan niet, daar heb je niet genoeg geld voor” reageert Marjon beslist. “Dat weet ik ook wel, wat ga jij nemen dan?” vraagt Henkie op zijn beurt. “Ik twijfel tussen een schuimblok en een fruitsleutel” antwoord Marjon. “Als we een schuimblok pakken en doormidden breken kunnen we het nog net opeten voordat Pietje terugkomt” denkt Henkie hardop. “Dat is stelen, dat mag niet” roept Marjon. “Van wie niet?” vraagt Henkie naar de bekende weg. “Van m’n moeder niet en van jouw moeder mag het ook niet” denkt Marjon voor Henkie na. “Volgens mijn moeder mag je niets meenemen uit een winkel zonder te betalen”  zegt Henkie langzaam terwijl hij Marjon indringend aankijkt. “Nou, dat zeg ik toch, dat is stelen en dat mag niet” zegt Marjon. “Maaaaar, we nemen niets mee uit de winkel zonder te betalen” fluistert Henkie geheimzinnig en hij gaat verder “voordat we de winkel uitgaan hebben we het schuimblok al op en het andere snoep betalen we gewoon”. Henkie kijkt triomfantelijk naar Marjon die nadenkt over wat ze net gehoord heeft. Ondertussen kijkt Henkie over zijn schouder naar Pietje, die nog steeds druk staat te praten met de klant terwijl hij de auto voltankt. “Doen we het” vraagt Henkie aan Marjon, er komen blosjes op z’n wangen van de spanning. “Ik durf niet zo goed” zegt Marjon die nu ook schichtig naar buiten kijkt.

Net als Henkie zijn hand richting de stapel schuimblokken steekt horen zij het geluid van het terughangen van de benzineslang aan de pomp. “Daar komen ze” roept Marjon paniekerig. Henkie trekt zijn hand net op tijd terug. De deur gaat open en Pietje stapt samen met de klant naar binnen. “Wat zien jullie rood”, merkt de klant vriendelijk op. Pietje is achter zijn bureau gaan zitten en drukt op de knoppen van de kassa. Hij kijkt wantrouwig naar het tweetal. “Ergens van geschrokken” vraagt hij op zijn beurt maar veel minder vriendelijk dan de klant. “Nee hoor” liegt Marjon, “we kunnen gewoon niet kiezen”. “En van nadenken wordt je rood” zegt  Henkie zachtjes en niet erg overtuigd van zijn gelijk. De klant lacht, “wat is het probleem?”. “We wilden twee dingen, een schuimblok en een trekdrop” antwoord Henkie “en ik wilde een schuimblok en een fruitsleutel” vult Marjon aan, “maar we hebben allebei maar een dubbeltje”. De klant knikt naar Pietje, “zet er maar een schuimblok bij”. Hij pakt een schuimblok van de stapel en breekt het in twee stukken. “Zo teveel snoepen is niet goed, dus ieder de helft”. “Dank u wel meneer” roepen Henkie en Marjon in koor. Even later rekenen ze de trekdrop en de fruitsleutel af en huppelen de winkel uit. Achter hun pakt Pietje Benzine hoofdschuddend zijn krant, “kinderen” zucht hij. “Dat ging maar net goed” zegt Marjon opgelucht. “Mijn moeder zegt altijd eerlijk duurt het langst” joelt Henkie eigenwijs terwijl hij met een ruk zijn trekdrop twee keer zo lang maakt.

(een op waarheid gebaseerd verhaaltje en één van de Henkie en Marjon verhaaltjes die ik in een boekje wil bundelen. Kritische reacties welkom!)

Videosollicitatie wint snel aan populariteit

Waar eerst de video-sollicitatie – of het webbased video-interview - vooral werd ingezet bij de voorselectie van kandidaten voor traineeprogramma’s, zie ik nu een snelle toename van de inzet voor diverse vacatures. Met de groei van de markt en het feit dat er meer gesproken wordt over deze nog steeds als innovatief ervaren manier van solliciteren, nemen ook de misverstanden in aantal toe.

Met stip op de eerste plaats in de lijst van misverstanden staat de aanname dat een video-sollicitatie onpersoonlijk zou zijn. Het omgekeerde is het geval. Een video-sollicitatie voegt juist persoonlijkheid toe op een moment dat deze er in een klassiek selectietraject nog niet is. Naar mijn overtuiging moet video-sollicitatie daarom ook zo vroeg mogelijk in het selectieproces worden ingezet. Dit is het moment waar je normaal alleen over een C.V., motivatiebrief en gegevens van internetprofielen zoals bijvoorbeeld LinkedIn, Facebook, Hyves en Twitter beschikt. Deze schriftelijke informatie geeft een indruk van de kandidaat. Die indruk wordt echter veel duidelijker op het moment dat de kandidaat letterlijk in beeld komt. Deze extra informatie voedt heel sterk de intuïtie en daarmee verbetert de kwaliteit van de voorselectie aanzienlijk. Dit is gemeten en bewezen door bedrijven die video-sollicitatie inzetten bij de (voor)selectie van kandidaten. Het feit dat kandidaten meer en liever gezegd veel meer van zichzelf kunnen laten zien in een vroeg stadium is in het voordeel van beide partijen.

Dat er door de inzet van video-sollicitatie geselecteerd zou worden op “mooie” mensen is een tweede misverstand. Het gaat niet om mooie of lelijke mensen maar om de persoonlijkheid van deze mensen. In het televisieprogramma Boeken van de VPRO, uitgezonden in september 2010, heeft hoogleraar en sociaal psycholoog Bram Buunk uitgesproken dat wij als mens heel goed in staat zijn om binnen een minuut in te schatten wie we voor ons hebben en of dat een geschikte werknemer is. Dit naar aanleiding van zijn gepubliceerde boek “Oerdriften op de werkvloer”. Met het aanspreken van de zintuigen Zien en Horen wordt ook het gevoel of liever de intuïtie aangesproken. Het gaat uiteindelijk om wat je ziet, hoort en voelt in relatie tot de functie die beschikbaar is en de cultuur van de onderneming. Het heeft mij verbaasd hoe scherp die analyse is op basis van videobeelden. Er zijn al diverse experimenten gedaan door gebruikers van video-sollicitatie om de waarde van de beelden te bepalen. Onder die experimenten behoort ook het uitnodigen van kandidaten die op basis van hun video-sollicitatie zouden zijn afgevallen. Het resultaat van dat soort experimenten wijst uit dat de video de waarheid spreekt. Geen van deze kandidaten werd uiteindelijk aangenomen.

Een derde belangrijk misverstand is de verwarring met toepassingen zoals bijvoorbeeld Skype. Overigens prachtige techniek die ik vrijwel dagelijks gebruik. Belangrijk bij Skype is echter dat agenda afstemming noodzakelijk is. Dat is op zich niet erg als de voorselectie al heeft plaatsgevonden of er eenvoudig weg weinig kandidaten zijn voor een functie. Dan voegt een online gesprek via de webcam zeker grote waarde toe aan het proces en die techniek is ook nog gratis verkrijgbaar. Bij aanvang van het selectieproces en meer specifiek in de fase van voorselectie is dit in de meeste gevallen ondoenlijk en ook onwenselijk. Een gestructureerde video-sollicitatie, waarbij de vragen vooraf zijn geselecteerd op basis van de eisen en wensen die bij de vacature behoren, geeft een objectief beeld. De kandidaten krijgen dezelfde vragen en dezelfde antwoordtijd. Hierdoor wordt vergelijking van kandidaten veel beter mogelijk dan in opnames van live gesprekken met bijvoorbeeld Skype. Tweede punt is dat het stellen van vragen en het beantwoorden daarvan onafhankelijk van elkaar gebeuren. Een recruiter hoeft dus niet in direct contact te staan met een kandidaat. En dat is vaak voor beiden prettig omdat er geen agenda afstemming nodig.

“Is video-sollicitatie niet erg eenzijdig?” is vaak de vraag. Dat kun je als kandidaat wel als zodanig ervaren. Je krijgt een verzoek toegestuurd om een interview te doen met behulp van je webcam. Die eerste kennismaking wordt helemaal afgehandeld door de computer, die de vragen in audio aan de kandidaat stelt. Nieuwe techniek heeft het echter mogelijk gemaakt om in de webcamstudio ook een sfeer van de werkgever te creëren. Die uit zich niet alleen in de huisstijl van die werkgever maar ook in de mogelijkheid om de kandidaat met een welkomstvideo te ontvangen en zelfs de vragen in beeld en geluid te stellen.

Er zijn inmiddels diverse onderzoeken gedaan naar de inzet van video-sollicitatie. Op dit moment wordt er een onderzoek afgerond op de universiteit van Twente. Hierbij is circa 25 gebruikers gevraagd naar de voor- en nadelen in het gebruik van deze techniek en ook kandidaten is naar hun ervaringen gevraagd. De resultaten van dit onderzoek zijn binnenkort beschikbaar.

Inmiddels melden steeds meer partijen zich als aanbieder van video-sollicitatie in de markt en dat ervaar ik als goed nieuws en een bevestiging van de verwachte groei. Ik zie uit naar een discussie over het waarom, hoe en wat van webbased video interview.

door Fred Vahlkamp

Meer informatie over webbased video interview en/of videosollicitatie www.clooks.com